Paste your Google Webmaster Tools verification code here

Puls toetsingen IGZ nieuwe stijl, bron voor Leren en Verbeteren

Wat we doen

Inmiddels hebben we in verschillende organisaties een aantal toetsingen à la IGZ (vanuit het nieuwe kwaliteits- en toetsingskader) uitgevoerd. Puls hanteert daarbij een methodiek die heel dicht in de buurt ligt van de IGZ-methode. Het thema persoonsgerichte zorg bekijken we daarbij vanuit drie invalshoeken:

  • wat zien we tijdens de observaties (o.a. in de huiskamer);
  • hoe goed kent de verzorgende de bewoner in haar wensen en voorkeuren, mogelijkheden en beperkingen;
  • wat staat er over de bewoner in het ECD, b.v. het zorgleefplan, de ADL-lijst, en (vooral) de rapportage?

Het bij elkaar brengen van de informatie uit deze drie bronnen (triangulatie) levert leerzame inzichten op. Dat blijkt ook als we onze inzichten delen met de verzorgenden en de teamcoach-leidinggevende.

Een voorbeeld

We observeerden in de huiskamer een mevrouw en de manier waarop de medewerkers met haar omgingen tijdens de lunch. Deze dame zat in de huiskamer alleen aan een tafeltje met haar rug naar de grote eettafel. Aan deze grote tafel zaten verschillende bewoners. De betreffende dame zat daar rustig en kreeg een bordje met een boterham, wat ze keurig met een vorkje opat. De medewerker in de huiskamer benaderde deze mevrouw op een manier die wij als persoonsversterkend beoordeelden: ze maakte op ooghoogte contact met deze mevrouw en vroeg haar op een rustige manier of mevrouw trek had in een broodje. Waarop mevrouw ja zei en vervolgens vroeg de medewerker wat ze als beleg wenste. 

Na afloop van de huiskamerobservatie vroegen we de verzorgende om deze mevrouw eens te beschrijven. Het antwoord was een beschrijving van mevrouw in de mate waarin ze ADL afhankelijk was, dat ze snel last had van smetten en dat er op haar gewicht gelet moet worden. Pas bij stevig doorvragen hoorden we meer van wat kenmerkend was voor deze mevrouw. De verzorgende omschreef haar als iemand die heel erg van rust houdt, het fijn vindt om naar muziek te luisteren en er erg van geniet als ze met haar dochter lekker op haar eigen kamer kan zitten. Ze raakt geïrriteerd bij veel lawaai en onrust om haar heen. De dochter van deze mevrouw had verteld dat mevrouw altijd heel erg op zichzelf had geleefd.

We vroegen de zorgmedewerker te vertellen waarom ze daar zo zat, zoals ze zat. De verzorgende antwoordde dat mevrouw zo zat omdat ze als ze met anderen aan tafel zat vaak agressief werd en met dingen begint te gooien.

 In het dossier stond (o.a.) bij de persoonsbeschrijving: mevrouw nooit bij andere bewoners aan tafel zetten want dan wordt ze agressief. In het zorgleefplan was haar agressiviteit als een probleem met bijbehorende doel en acties uitgewerkt: dat wat de verzorgende na doorvragen wel degelijk wist van deze mevrouw was niet terug te vinden in het dossier…!

Reflectie

  • Steeds als we verzorgenden vragen om een mevrouw of mijnheer te beschrijven blijkt dat er aanvankelijk een min of meer technische beschrijving van de ziekte en adl zorg geantwoord wordt en bij doorvragen blijkt dat de meeste verzorgenden toch echt wel veel weten van de man of vrouw als persoon. Een van de meest sterke voorbeelden kreeg ik van een verzorgende op een afdeling dubbelzorg: “oh, die mevrouw is schizofreen en bijna helemaal adl afhankelijk, althans dat vindt ze zelf”. Na doorvragen: “oh bedoel je zo; nou ja mevrouw is een heel lieve dame die erg van een praatje houdt en heel graag een spelletje doet, et cetera”.
  • Als we naar de meeste zorgleefplannen kijken zijn deze grotendeels probleem (ofwel deficit) georiënteerd opgesteld: ‘mevrouw wordt agressief (gaat met eten e.d. gooien) als ze samen met andere bewoners aan tafel zit’. Als we vanuit de persoon hadden gedacht dan hadden we wellicht ook afgesproken dat mevrouw alleen aan het tafeltje bij het raam en met haar rug naar de grote tafel had gezeten. Alleen dan niet ter voorkoming van een probleem maar omdat we daarmee tegemoet komen aan haar persoonlijke behoefte. We hadden er geen zorgprobleem van gemaakt maar een wetenswaardigheid. Daardoor hadden we ook niet steeds weer op dit doel hoeven rapporteren en had dat de zorg een heleboel tijd bespaard.
  • Stelt u zich eens voor dat u iemand vraagt zijn broer te beschrijven en u krijgt als antwoord dat zijn broer computervaardig is, goed kan autorijden en zichzelf kan verzorgen. Dan weet u nog niet wat voor een persoon zijn broer is. In de zorg zijn we vaak de mens kwijt en het wordt tijd dat we die weer terug vinden. Persoonsgerichte zorg is daar een prachtige aanleiding voor.
  • Binnen de VV&T worstelen veel organisaties met het probleem hoe ze de zorgleefplannen beperkt kunnen houden in het aantal problemen. Soms zijn er meer dan 20 zorgvragen uitgewerkt en over al die vragen/probleemstellingen moet gerapporteerd worden. Denken vanuit de persoon i.p.v. uit het probleem zal bijna zeker administratieve last verminderen.

Natuurlijk er waren de afgelopen jaren enorme veranderingen in de zorg gaande. Dat waren vooral veranderingen in de financiering en toestroom (indicaties). De ontwikkeling naar persoonsgerichte zorg raakt volledig de inhoud van de zorg en vergt van het overgrote deel van de medewerkers in de zorg een totaal andere denk- en werkwijze.

DelenTweet about this on TwitterShare on Facebook0Share on LinkedIn0Email this to someone

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *