Het toetsen van persoonsgerichte zorg

Eerder geplaatst op 12 juli 2017 bewerkt op 11 juli 2018

Wat we doen

Inmiddels hebben we in tal van organisaties toetsingen à la IGJ (in de V&V; de VG en in de thuiszorg) uitgevoerd. Puls hanteert daarbij een methodiek die heel dicht in de buurt ligt van de IGJ-methode. Het thema persoonsgerichte zorg bekijken we daarbij vanuit drie invalshoeken:

  1. wat zien we tijdens de observaties (o.a. in de huiskamer; restaurants of dagbesteding);
  2. hoe goed kent de medewerker de bewoner of cliënt in haar wensen en voorkeuren, mogelijkheden en beperkingen;
  3. wat staat er in het ECD, b.v. het zorgleefplan, de ADL-lijst, en (vooral) de rapportage?

Het bij elkaar brengen van de informatie uit deze drie bronnen (triangulatie) levert leerzame inzichten op. Dat blijkt ook als we onze inzichten delen met de medewerkers zorg en de teamcoach of leidinggevende.

Een voorbeeld

We observeerden in de huiskamer een mevrouw en de manier waarop de medewerkers met haar omgingen tijdens de lunch. Deze dame zat in de huiskamer alleen aan een tafeltje met haar rug naar de grote eettafel. Aan deze grote tafel zaten verschillende bewoners. De betreffende dame zat daar rustig en kreeg een bordje met een boterham, wat ze keurig met een vorkje opat. De medewerker in de huiskamer benaderde deze mevrouw op een manier die wij als persoons-versterkend beoordeelden: ze maakte op ooghoogte contact met deze mevrouw en vroeg haar op een rustige manier of mevrouw trek had in een broodje. Waarop mevrouw ja zei en vervolgens vroeg de medewerker wat ze als beleg wenste.
Na afloop van de huiskamerobservatie vroegen we de verzorgende om deze mevrouw eens te beschrijven. Het antwoord was een beschrijving van mevrouw in de mate waarin ze ADL afhankelijk was, dat ze snel last had van smetten en dat er op haar gewicht gelet moet worden. Pas bij doorvragen hoorden we meer van wat kenmerkend was voor deze mevrouw. De verzorgende omschreef haar als iemand die heel erg van rust houdt, het fijn vindt om naar muziek te luisteren en er erg van geniet als ze met haar dochter lekker op haar eigen kamer kan zitten. Ze raakt geïrriteerd bij veel lawaai en onrust om haar heen. De dochter van deze mevrouw had verteld dat mevrouw altijd heel erg op zichzelf had geleefd.
We vroegen de zorgmedewerker te vertellen waarom ze daar zo zat, zoals ze zat. De verzorgende antwoordde dat mevrouw zo zat omdat ze als ze met anderen aan tafel zat vaak agressief werd en met dingen begint te gooien.
In het dossier stond (o.a.) bij de persoonsbeschrijving: mevrouw nooit bij andere bewoners aan tafel zetten want dan wordt ze agressief. In het zorgleefplan was haar agressiviteit als een probleem met bijbehorende doel en acties uitgewerkt: dat wat de verzorgende na doorvragen wel degelijk wist van deze mevrouw was niet terug te vinden in het dossier…!

Reflectie

  • Steeds als we medewerkers vragen om een bewoner of cliënt te beschrijven blijkt dat er aanvankelijk een min of meer technische beschrijving van de ziekte en/of adl zorg geantwoord wordt. Bij doorvragen blijkt dat de meeste medewerkers toch echt wel veel weten van de bewoner of cliënt als persoon;
  • Als we naar de meeste begeleidings- of zorgleefplannen kijken zijn deze grotendeels probleem (ofwel deficit) georiënteerd opgesteld. Neem het hiervoor beschreven voorbeeld ‘mevrouw wordt agressief (gaat met eten e.d. gooien) als ze samen met andere bewoners aan tafel zit’. Als we vanuit de persoon hadden gedacht dan hadden we ook kunnen constateren dat mevrouw behoefte (een sterke voorkeur) heeft om alleen te eten. En daarom aan het tafeltje bij het raam en met haar rug naar de grote tafel zit. We hadden er geen zorgprobleem van gemaakt maar een wetenswaardigheid over een persoons-versterkende actie;
  • Stelt u zich eens voor dat u iemand vraagt zijn broer te beschrijven en u krijgt als antwoord dat zijn broer computervaardig is, goed kan autorijden en zichzelf kan verzorgen. Dan weet u nog niet wat voor een persoon zijn broer is. In de zorg zijn we vaak de mens kwijt en het wordt tijd dat we die weer terug vinden. Persoonsgerichte zorg is daar een prachtige aanleiding voor;
  • Binnen de VV&T worstelen veel organisaties met het probleem hoe ze de zorgleefplannen beperkt kunnen houden in het aantal problemen. Soms zijn er meer dan 20 zorgvragen uitgewerkt en over al die vragen/probleemstellingen moet gerapporteerd worden. Denken vanuit de persoon i.p.v. uit het probleem zal bijna zeker administratieve last verminderen.

De Puls audits à la IGJ

Iedere Puls audit eindigt met een terugkoppeling aan de medewerkers die daarbij aanwezig willen zijn. In deze terugkoppeling en de latere schriftelijke rapportage zijn we dan ook, veel meer dan de IGJ, gericht op het leren en verbeteren van het organisatieonderdeel dat we getoetst hebben.

Door in onze terugkoppeling heel concreet in te gaan op onze waarnemingen (zowel de positieve punten als de aandachtspunten) krijgen de medewerkers inzicht in de achtergronden en zienswijze van o.a. persoonsgerichte zorg. Verbeteren begint net als veranderen bij inzicht. We merken nogal eens dat medewerkers, dankzij die heel concrete terugkoppeling, in staat zijn ook andere voorbeelden aan te halen en alternatieven kunnen ontwikkelen.

Dit bericht is geplaatst in Blog . Bookmark de link .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *