De praktijk: een jeukend gevoel

“Rob, zo langzamerhand krijg ik steeds meer een jeukend gevoel als het over deze locatie gaat!” Dit was zo ongeveer de derde zin in een gesprek met een van onze relaties. Het ging hier om een kleine locatie waar medewerkers veelal alleen op een groep mensen met dementie staan. Natuurlijk vraag je daar als adviseur op door en al snel bleek dat er mogelijk sprake was van onheus gedrag naar de bewoners toe. Alleen hoe krijg je zoiets boven water? Verborgen camera’s wilde deze opdrachtgever niet, daar had men slechte ervaringen mee opgedaan.

Dat jeukende gevoel was gebaseerd op de intuïtie van onze opdrachtgever, een echte door de wol geverfde oude rot in de verpleeghuiswereld. Nu is het onze overtuiging dat intuïtie gebaseerd is op onbewuste kennis. Dat jeukende gevoel komt ergens vandaan. Als je je dat beseft, dan is de volgende stap simpel. Onderzoek de oorzaken en verifieer de oorzaak van de jeuk.

Samen met de teamleider hebben we vervolgens alle medewerkers van deze locatie gesproken. Een van de grootste problemen die we daarbij tegen kwamen is dat de mensen die we spraken eigenlijk nauwelijks met elkaar samen werken. Alleen bij overdrachten komt men elkaar nog tegen en natuurlijk op momenten dat er ‘iets’ bij een bewoner met twee medewerkers moet gebeuren.

Toch bleek tijdens die gesprekken dat er door collega’s onderling heel wat signalen en duidingen door komen. Al snel werd duidelijk dat er een paar namen kwamen boven drijven. Zo vertelde een medewerker dat een van de bewoners altijd op zijn eigen kamer zat als collega X werkte. Een andere medewerker vertelde over een voorval waarbij ze met zijn tweeën stonden en ze schrok omdat haar collega zo ruw hielp met tillen. “Wat doe je nu?” had ze uitgeroepen naar haar collega.

Weer een andere medewerker vertelde dat ze altijd zo verbaasd was dat collega X zo heel snel klaar was met de ADL-zorg bij heer G. Zij deed daar minstens een half uur over, omdat deze bewoner anders zo tegenwerkte. Collega X was meestal binnen 15 minuten klaar.

Uiteindelijk kwamen er allemaal indirecte aanwijzingen naar voren dat er mogelijk sprake was van onjuist gedrag naar bewoners toe. In het kader van hoor en wederhoor zijn natuurlijk ook de betreffende personen gesproken.

De uiteindelijk conclusie was dat de aanwijzingen sterk waren, maar dat er juridisch gezien te weinig bewijs is. Onze opdrachtgever koos – wat ons betreft geheel juist – voor het belang van de bewoners met dementie en is verder gegaan met de ontslagprocedure voor een van de medewerkers en voor de anderen is op andere werkplekken met een minder kwetsbare doelgroep een begeleidingstraject uitgezet.

In de afgelopen jaren heeft Puls een behoorlijk aantal van dit soort onderzoeken uitgevoerd (zo’n drie per jaar). Feitelijk is er een rode lijn te ontdekken. Veelal zijn er een paar medewerkers die al lange tijd met elkaar samen werken en vinden ze dat de organisatie hen onvoldoende ondersteuning (lees: personeel) biedt. Meestal is er heel sluipenderwijs een normvervaging opgetreden waarbij oudgedienden elkaar de hand boven het hoofd houden. Kenmerkend daarvoor is: “Ach, dat is XXX, zo doet ze nu eenmaal.” “Ze is meestal heel lief voor de mensen hoor.” “Tja, als die man slaat dan hoef ik dat toch niet te pikken….” Nieuwe medewerkers passen zich aan of verdwijnen weer snel naar een andere baan. De laatste jaren valt echt op dat de leiding vaak op afstand is. Ze horen of zien de signalen niet meer en het contact met de werkvloer ontbreekt. Gelukkig was in de hierboven beschreven casus de manager iemand die de signalen wel herkende en daarop ook actie ondernam.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *